Isolteam - nieuws
AGB 24/24

Evaluatie van alle (23) Belgische WK-deelnemers: balans positief

Evaluatie van alle (23) Belgische WK-deelnemers: balans positief

Zeven medailles, waarvan twee gouden. Nooit deed een Belgische WK-delegatie beter dan zaterdag en zondag op de Brabantse Wal. Alleen de hoofdvogel ontbrak. Veldritkrant.be probeerde een evaluatie te maken van elk van de 23 Belgen in Hoogerheide.

JUNIOREN:

Thijs Aerts (goud):
Vooraf aangekondigd als belangrijke outsider, maar nooit vernoemd als kandidaat-wereldkampioen. Dat waren immers met voorsprong Adam Toupalik en Yannick Peeters. Maar Aerts bevestigde zijn progressie van de laatste weken. Zijn zege in de slotmanche van de Wereldbeker was absoluut geen toeval. Als toemaatje toonde Aerts zich onderweg ook nog eens een prima ploegmaat door in het wiel van de Nederlander Nieuwenhuis te blijven zitten toen twee andere Belgen voorop reden. Een prachtige wereldkampioen!

Yannick Peeters (zilver)
:
Samen met Adam Toupalik kreeg Peeters de favorietenrol toegedicht. Peeters ontgoochelde niet, maar moest in de slotfase zijn meerdere erkennen in een beresterke Thijs Aerts. Opmerkelijk was de manier waarop Yannick met de nederlaag omging: 'Drie Belgen op het podium en Aerts was de sterkste. Dan mag de ontgoocheling niet te groot zijn.' Het siert de opgeschoten Kempenaar.


Jelle Schuermans (brons):
Zijn resultaten in de Wereldbeker: zevende in Valkenburg, vierde in Tabor, vierde in Koksijde, zevende in Heusden-Zolder, zevende in Rome en negende in Nommay. Alleen Namen viel wat tegen. Regelmaat troef dus, maar toch werd vooraf weinig gesproken over Schuermans. Omdat de Belgische juniorenlichting zó sterk is, viel hij wat door de mazen van het net. Maar een echte verrassing is zijn bronzen plek dus niet. Schuermans toonde in de finale een enorme vechtlust om alsnog dat podium te halen.

Kobe Goossens (vijfde):
De dorpsgenoot van Nys en Albert was met torenhoge ambities afgereisd naar Hoogerheide en leek die aanvankelijk ook te kunnen waarmaken, tot hij zichzelf uitschakelde na een val. Eerder dit seizoen gebeurde het wel meer dat Goossens iets te onstuimig te werk ging in de finale. Door zijn val moest hij verder met een gezwollen elleboog. Een podiumplaats behoorde zéker tot de mogelijkheden. Niet getreurd, een talent als Goossens komt in de toekomst snel opnieuw boven water."

Eli Iserbyt (zevende):
De Belgische kampioen stond op het favorietenlijstje maar net onder Peeters en Toupalik, maar een slechte eerste modderstrook en een val ontnamen de kleine West-Vlaming meteen alle podiumkansen. Toch vocht hij zich -met dank aan een paar knappe rondetijden in de slotfase- nog naar een zevende plaats. Net als Goossens, moet ook Iserbyt niet wanhopen. Eli is immers pas eerstejaarsjunior en zonder ongelukken wordt hij volgend seizoen één van de absolute toppers in zijn categorie, samen met de Zwitser Jacobs en de Nederlander Pascal Eenkhoorn.

Thomas Joseph (twaalfde):
Na zijn knappe vierde plaats in Nommay, trok Joseph met gewettigde ambitie naar het WK, maar de Arta-Deschachtrenner werd opgehouden in het geharrewar van de massale valpartij in de start. Op indrukwekkende manier knokte hij zich toch een weg terug naar voor, maar toen hij in zevende stelling reed en zijn medaillehoop weer oplaaide, brak zijn wiel (gevolg van de valpartij) en was het over en out. Een snellere fietswissel had dat kunnen voorkomen, maar dat is praat na de vaak.



DAMES:

Sanne Cant (vierde):
Knap WK van de Belgische kampioene. Misschien was die vierde plaats wel meer waard dan haar bronzen medaille van twee jaar geleden in Koksijde, klonk achteraf her en der. Tegen een Marianne Vos in supervorm had Cant geen verhaal, maar de Lilse bewees in Hoogerheide eens te meer dat ze op termijn alle andere meisjes aan kan. Niet onbelangrijk: ook al is dit al haar achtste WK, Cant is nog altijd maar 23.


Loes Sels (zevende):
Drie jaar uit roulatie. Mama van Josien (2) en Feline (1) en veldrijdster die er een fulltime dagtaak op nahoudt. Als je dan zevende eindigt op het WK in je eerste seizoen van je comeback, dan moet dit naar waarde geschat worden. Sels -nichtje van Cant trouwens- reed een uitmuntend WK en zorgde er samen met Cant en Van Loy voor dat de Belgische meisjes voor het eerst in de geschiedenis het landenklassement wonnen.

Ellen Van Loy (twaalfde):
Vier maanden lang ontpopte Ellen Van Loy zich tot de revelatie van het vrouwelijke veldritpeloton. Een week geleden zette ze met een zesde plaats in Nommay nog haar beste resultaat in een Wereldbeker ooit neer. Een 'dikke' toptienplaats op het WK lag dan ook binnen de verwachtingen, maar Van Loy kreeg af te rekenen met krampen. Een uitschuiver die echter geen smet mag zijn op haar knappe seizoen.


Githa Michiels (twintigste):
Op het BK in Waregem nog goed voor brons, maar in Hoogerheide reed de 30-jarige Geelse een vrij kleurloos WK. Na een -bijna traditionele- slechte start was ze op een lange inhaalrace aangewezen. Fietsproblemen en een pijnlijke rug hielden haar van een topvijftienplaats, wat wellicht binnen haar mogelijkheden moet liggen.





BELOFTEN:

Wout Van Aert (goud):
Zonder meer dé man die binnen een paar jaar voor de opvolging moet zorgen. Van Aert was samen met Mathieu van der Poel de topfavoriet en maakte die rol ook waar. In Otegem zagen we Van Aert na een blitzstart al een heel profpeloton afhouden, in Hoogerheide deed hij dat kunstje nog eens over bij de beloften. Treffend was de uitspraak van Mathieu van der Poel achteraf: 'Ik flirtte met ziekte, maar zelfs zonder dat had ik deze Van Aert niet kunnen kloppen.'

Michael Vanthourenhout (zilver):
Na Van Aert de beste man in koers. De West-Vlaming kende halverwege het seizoen een -mentaal- dipje na zijn transferperikelen, maar herpakte zich net op tijd om in topvorm aan de start van het WK te staan. Van Aert was té sterk, maar ook zijn solo naar zilver mocht gezien zijn. Vanthourenhout blijft zich ontpoppen tot een renner die er altijd staat op de cruciale momenten. Eerder dit jaar werd hij al Europees kampioen.

Laurens Sweeck (vierde):
Sweeck werd opgehouden achter een valpartij in de aanvangsfase. Na een knappe achtervolging sloot hij aan bij de broers Van der Poel, Stan Godrie en Toon Aerts. Het vijftal vocht in de finale voor brons. Sweeck verloor het duel tegen Van der Poel, maar werd knap vierde. Ontgoocheling voor de gemiste medaille overheerste, maar Sweeck kan terugblikken op een meer dan verdienstelijk WK.


Toon Aerts (vijfde):
In het enthousiasme van de wereldtitel van zijn jongere broer Thijs zette ook Toon Aerts een mooie prestatie neer. Net als zijn broer is ook Toon gegroeid in het tweede deel van het seizoen. Dat werd in Waregem al beloond met zilver op het BK, waarna een vijfde plaats volgde in Nommay. Eenzelfde resultaat op het WK mag dan ook als 'zeer waardevol' beschouwd worden. Ook hij toonde zich -in navolging van broerlief bij de junioren- een perfecte teamplayer.

Gianni Vermeersch (tiende):
De West-Vlaamse laatstejaarsbelofte moet beter kunnen. Na een goede start zakte hij echter snel weg uit de kop van de koers en geraakte nooit in het goede ritme waarmee hij in de eerste seizoenshelft de podiumplaatsen opstapelde. Sinds december loopt het minder, met af en toe een opflakkering. Ook Vermeersch zelf had na afloop geen echte verklaring voor dat minder goede resultaat op een omloop die in principe bij zijn mogelijkheden past.

Jens Adams (26ste):
Dé pechvogel van het beloften-WK. De regerende Belgische kampioen werd in de beginfase onderuit gereden door een Amerikaanse concurrent, moest te voet verder tot aan de materiaalpost waar hij als allerlaatste opnieuw kon vertrekken. Zijn wedstrijd is dan ook moeilijk te beoordelen, al verdient hij een pluim voor zijn doorzettingsvermogen. Een pak anderen had er in zijn geval vroegtijdig de brui aan gegeven.



PROFS:

Sven Nys (zilver):
Geen discussie mogelijk. Sven Nys was in Hoogerheide top, bevestigde zijn status van de voorbije weken en botste alleen op een uitmuntende en frisse Zdenek Stybar. Nys toonde zich ook groot in de nederlaag. Een paar enkelingen vonden dat Nys had moeten wachten op andere Belgen in de spits van de koers, maar die kritiek lijkt ons ongegrond. Daarvoor waren Nys en Stybar zondag te sterk.


Kevin Pauwels (brons):
Zonder meer een sterke prestatie van de Kalmthoutenaar. Lijkt ons de enige die -mits een betere beginfase- zijn voet naast die van Stybar en Nys had kunnen zetten tot diep in de finale. Pauwels vocht zich vanuit de achtergrond terug naar het podium en mocht met opgeheven hoofd Hoogerheide verlaten. Misschien put Pauwels moed uit zijn prestatie om de komende weken zijn seizoen nog wat extra kleur te geven.

Klaas Vantornout (vierde):
De rampzalige januarimaand van Vantornout ligt achter de rug. De West-Vlaming is nog niet op zijn niveau van eind vorig seizoen, toen hij in Louisville als enige in staat was met Sven Nys te duelleren voor de wereldtitel. Maar zoals hij vooraf al aangaf: mirakels in de sport bestaan niet. Rekening houdende met zijn mentale en fysieke perikelen van de voorbije weken, mag zijn WK-resultaat als bevredigend beschouwd worden.

Tom Meeusen (vijfde):
Meeusen werd vooraf als belangrijkste outsider beschouwd. Dat was ook de status die hij zichzelf toedichtte. In de start schoot hij uit zijn klikpedaal en was onmiddellijk op achtervolgen aangewezen, wat uiteindelijk een vijfde plaats opleverde. Verdienstelijk, maar niet op het niveau wat hij een week eerder in Nommay haalde, anders had hij wellicht bij Pauwels kunnen aanpikken. Wij schrijven de Essenaar wel op als topfavoriet voor de Bpost manche van Lille, aanstaande zaterdag.

Rob Peeters (zevende):
Na zijn straffe achtervolgingsrace in Nommay (van plaats 49 naar plaats 8) beschouwden we Peeters vooraf als één van de kanshebbers op een dichte ereplaats. Maar net als een paar anderen zoals Van der Haar en Mourey werd de Kempenaar verstikt door de felle tempoversnellingen van Stybar. Knokte zich in de tweede koershelft nog terug naar een zevende plaats.


Wietse Bosmans (tiende):
Moest wachten tot na Nommay op bevestiging van zijn WK-selectie, maar bracht het er op de Brabantse Wal heel goed vanaf. Bosmans reed een sterke eerste koershelft, viel nadien wat terug maar mag tevreden zijn met een tiende plaats. Iedereen heeft nu de mond vol van Wout Van Aert als wissel op de toekomst, maar laten we ook Wietse Bosmans niet vergeten. De dorpsgenoot van Kevin Pauwels werd eind december pas 22 en kende bovendien een moeilijke zomer.

Niels Albert (twintigste):
Net als Klaas Vantornout kende Niels Albert een rampzalige januarimaand. Na zijn zege in Rome werd hij ziek en daar herstelde hij niet meer van. Werkte alsnog keihard om klaar te geraken voor het WK, maar stond toch met twijfels aan de start. Na een val in de opwarming, gevolgd door alweer een slechte start (Albert dook als 38ste het veld in), knokte hij zich op talent én karakter nog naar een potentiële toptienplaats, maar een nieuwe val in de slotronde ontnam hem zelfs deze troostprijs. De Tremelonaar kan zijn seizoen wel nog extra opfleuren met eindwinst in de Superprestige.



Foto's: Photopress.be




Zoeken

zin om te adverteren

Kalender

november 2020<< >>
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
      1
2345678
9101112131415
16171819202122
23242526272829
30